Hilde Van Cauteren pendelt voortdurend tussen twee talen. Terwijl ze les gaf in beeldende kunst, schreef ze poëzie en publiceerde meerdere jeugdromans. Nu ze hoofdzakelijk schildert, blijft ze actief als schrijfdocent. Woord en beeld blijven elkaar voortdurend beïnvloeden en Hilde wil met mensen blijven werken. Ze ziet kunst als een uitnodiging tot een gesprek .

Beeld is mijn vadertaal

“Als taal mijn moedertaal is, is beeld mijn vadertaal. Het is een kleurrijke en expressieve taal: voor mij vormt kleur zelfs het vertrekpunt van mijn composities, die vaak bestaan uit vormen die verwijzen naar lichamen en landschapselementen. De lichamen, of delen ervan, zijn zonder enige vorm van hiërarchie onderdeel van de omgeving. De landschappen groeien vaak zonder vooraf bepaald plan: ze wachten in de oliepastels waarmee ik de grens tussen tekenen en schilderen verken, met het fragiele van het leven en de precaire toestand van de mens op aarde in mijn achterhoofd. Mijn werk is immers een reactie op het antropoceen, de huidige periode waarin de mens een diepgaande en gevaarlijke invloed heeft op de natuur en de atmosfeer van de aarde. 

Voor mij is er een verband tussen het tekenen en schilderen van landschappen en het schrijven van poëzie. Andere werken, zoals de drieluiken in acryl, zijn meer narratief en soms absurd van aard, maar het invullen van de betekenis of het verhaal dat meerdere beelden met elkaar verbindt, wordt bij voorkeur aan de kijker overgelaten. Ondanks de thematiek zijn de werken zelden somber. Tragiek komt nooit zonder humor en er is altijd kleur.”